Romeinen 5

Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
21 verzen, 20 met wijzigingen

Vrede bij God door het geloof

SV1 Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;
Grieks δικαιωθέντες (dikaiōthentes) = gerechtvaardigd zijnde — aoristus passief participium; εἰρήνη (eirēnē) = vrede — niet alleen een innerlijk gevoel, maar een objectieve staat van verzoening met God
1 Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heer Jezus Christus;
SV2 Door Welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods.
Grieks προσαγωγή (prosagōgē) = toegang, toeleiding — een hoofse term voor het voorgeleid worden bij een koning; "toeleiding" is verouderd, "toegang" is helderder
2 Door Wie wij ook de toegang hebben door het geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop van de heerlijkheid van God.
SV3 En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt;
Grieks θλῖψις (thlipsis) = verdrukking, nood; ὑπομονή (hypomonē) = volharding, standvastigheid — niet passief "lijdzaamheid" maar actief uithouden; κατεργάζεται (katergazetai) = teweegbrengen, bewerken
3 En niet alleen dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt;
SV4 En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop;
Grieks δοκιμή (dokimē) = beproefdheid, beproefde karakter — het resultaat van beproeving, niet de test zelf; "bevinding" is verouderd
4 En de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop;
SV5 En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.
Grieks ἐκκέχυται (ekkechytai) = uitgestort — perfectum passief, de liefde is uitgestort en blijft uitgestort
5 En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.

Gods liefde in Christus

SV6 Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven.
Grieks κατὰ καιρόν (kata kairon) = op de bestemde tijd, op het juiste moment — niet willekeurig maar door God bepaald; "te Zijner tijd" vervangen door "op de bestemde tijd"
6 Want Christus, toen wij nog krachteloos waren, is op de bestemde tijd voor de goddelozen gestorven.
SV7 Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven.
Grieks τολμᾷ (tolma) = durven, wagen — "bestaan te sterven" is verouderd, "durven sterven" is helderder
7 Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor de goede zal mogelijk iemand ook durven sterven.
SV8 Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.
Grieks συνίστησιν (synistēsin) = bevestigen, bewijzen, tonen — God demonstreert Zijn liefde; "jegens" vervangen door "voor"
8 Maar God bevestigt Zijn liefde voor ons, doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.
SV9 Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn.
9 Veel meer dan, nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van de toorn.
SV10 Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.
Grieks εἰ γάρ (ei gar) = want als — a fortiori redenering: als het meerdere (verzoening als vijanden) waar is, hoeveel te meer het mindere (behoud als verzoenden)
10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu verzoend, behouden worden door Zijn leven.
SV11 En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in God, door onzen Heere Jezus Christus, door Welken wij nu de verzoening gekregen hebben.
Grieks καταλλαγή (katallagē) = verzoening — het herstel van de relatie tussen God en mens; "gekregen" vervangen door "ontvangen"
11 En niet alleen dit, maar wij roemen ook in God, door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.

Adam en Christus

SV12 Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
Grieks ἐφ᾽ ᾧ (eph' hō) = omdat, op grond van het feit dat — omstreden passage; "in welken" is onduidelijk, "omdat" verduidelijkt de causale relatie
12 Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood; en zo de dood tot alle mensen is doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.
SV13 Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.
13 Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend als er geen wet is.
SV14 Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van Adam, welke een voorbeeld is Desgenen, Die komen zou.
Grieks τύπος (typos) = beeld, voorbeeld, voorafbeelding — Adam als type van Christus; "gelijkheid" vervangen door "dezelfde wijze"
14 Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden op dezelfde wijze als de overtreding van Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.
SV15 Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift, want indien, door de misdaad van één, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van één mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.
Grieks χάρισμα (charisma) = genadegave, genadegift — van χάρις (charis) = genade; παράπτωμα (paraptōma) = misdaad, overtreding, misstap
15 Maar het is met de genadegave niet zoals met de misdaad, want als door de misdaad van één velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade van God, en de gave door de genade van de ene mens Jezus Christus, overvloedig geweest voor velen.
SV16 En niet, gelijk de schuld was door den één, die gezondigd heeft, alzo is de gift; want de schuld is wel uit één misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking.
Grieks κρίμα (krima) = oordeel; κατάκριμα (katakrima) = veroordeling — "verdoemenis" is te zwaar geladen en verouderd; δικαίωμα (dikaiōma) = rechtvaardiging, rechtvaardige daad
16 En het is met de gave niet zoals het was door de ene die gezondigd heeft; want het oordeel is uit één misdaad tot veroordeling, maar de genadegave is uit vele misdaden tot rechtvaardiging.
SV17 Want indien door de misdaad van één de dood geheerst heeft door dien énen, veel meer zullen degenen, die den overvloed der genade en der gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door dien Enen, namelijk Jezus Christus.
Grieks περισσεία (perisseia) = overvloed, overmatige hoeveelheid — de genade overtreft de zonde niet slechts, maar is overvloedig meer
17 Want als door de misdaad van de ene de dood geheerst heeft door die ene, hoeveel te meer zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave van de rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door die Ene, namelijk Jezus Christus.
SV18 Zo dan, gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis; alzo ook door één rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens.
Grieks δικαίωμα (dikaiōma) = rechtvaardige daad — hier verwijzend naar Christus' gehoorzaamheid; δικαίωσις ζωῆς (dikaiōsis zōēs) = rechtvaardiging van het leven — rechtvaardiging die tot leven leidt
18 Zo dan, zoals door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot veroordeling, zo komt ook door één rechtvaardige daad de genade over alle mensen tot rechtvaardiging van het leven.
SV19 Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien énen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
Jes 53:11; Fil 2:8; Heb 5:8-9
19 Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens velen tot zondaars gesteld zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
SV20 Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest;
Grieks παρεισέρχομαι (pareiserchomai) = er bij binnenkomen, er tussen komen — de wet is er als het ware "bij ingeslopen"; πλεονάζω (pleonazō) = toenemen, meer worden; ὑπερπερισσεύω (hyperperisseuō) = overvloedig meer zijn — met het prefix ὑπερ- (hyper) dat de enorme mate aangeeft
20 Maar de wet is er bovendien bij gekomen, zodat de misdaad toenam; en waar de zonde toenam, daar is de genade veel meer overvloedig geworden;
SV21 Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.
Rom 6:23; 1 Joh 5:11-12
21 Opdat, zoals de zonde geheerst heeft tot de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heer.