Romeinen 3
Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
31 verzen, 29 met wijzigingen
Het voorrecht van de Jood
SV1 Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis?
1 Wat is dan het voordeel van de Jood? Of wat is het nut van de besnijdenis?
SV2 Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de woorden Gods zijn toebetrouwd.
Grieks λόγια (logia) = woorden, uitspraken — verwijst naar de goddelijke uitspraken/beloften in het OT
2 Veel, in alle opzichten; want dit is wel het eerste, dat hun de woorden van God zijn toevertrouwd.
SV3 Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen?
Grieks ἀπιστία (apistia) = ongeloof, ontrouw; πίστις τοῦ θεοῦ = de trouw van God — hier niet "geloof" maar Gods betrouwbaarheid
3 Want wat dan? Al zijn sommigen ontrouw geweest, zal hun ontrouw de trouw van God tenietdoen?
SV4 Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig; gelijk als geschreven is: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.
Grieks μὴ γένοιτο = volstrekt niet! Laat het niet zo zijn! — Paulus' krachtigste ontkenningsformule (14x in zijn brieven). Citaat uit Ps 51:6 (LXX)
4 Volstrekt niet! Maar laat God waarachtig zijn, en ieder mens leugenachtig; zoals geschreven is: Opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint wanneer U oordeelt.
SV5 Indien nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij zeggen? Is God onrechtvaardig, als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek naar den mens.)
Grieks κατὰ ἄνθρωπον λέγω = ik spreek op menselijke wijze — Paulus distantieert zich van het argument
5 Als nu onze ongerechtigheid de gerechtigheid van God bevestigt, wat zullen wij zeggen? Is God onrechtvaardig als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek op menselijke wijze.)
SV6 Dat zij verre, anderszins hoe zal God de wereld oordelen?
Gen 18:25
6 Volstrekt niet! Want hoe zal God anders de wereld oordelen?
SV7 Want indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik ook nog als een zondaar geoordeeld?
7 Want als de waarheid van God door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik dan ook nog als een zondaar geoordeeld?
SV8 En zeggen wij niet liever (gelijk wij gelasterd worden, en gelijk sommigen zeggen, dat wij zeggen): Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome? Welker verdoemenis rechtvaardig is.
Grieks κρίμα = oordeel, veroordeling — "verdoemenis" is te sterk; ἔνδικον = rechtvaardig, terecht
8 En zeggen wij niet liever (zoals wij gelasterd worden, en zoals sommigen zeggen dat wij zeggen): Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit komt? Hun veroordeling is rechtvaardig.
Allen onder de zonde
SV9 Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn;
Grieks προεχόμεθα = zijn wij beter af?; πάντως = geheel en al, beslist — "ganselijk" is verouderd
9 Wat dan? Zijn wij beter? Beslist niet; want wij hebben eerder beschuldigd dat zowel Joden als Grieken allen onder de zonde zijn;
SV10 Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één;
Citaat uit Ps 14:1-3 / Ps 53:2-4 — Paulus combineert hier meerdere OT-citaten (v10-18) tot één aanklacht
10 Zoals geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één;
SV11 Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
Grieks συνίων (syniōn) = die begrijpt, die inzicht heeft — "verstandig" kan hier behouden blijven
11 Er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt.
SV12 Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe.
Grieks ἠχρεώθησαν (ēchreōthēsan) = nutteloos/onbruikbaar geworden — "onnut" is verouderd
12 Allen zijn zij afgeweken, samen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goed doet, er is ook niet tot één toe.
SV13 Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.
Citaat uit Ps 5:10 en Ps 140:4. Grieks ἰὸς ἀσπίδων = gif van adders
13 Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; addergif is onder hun lippen.
SV14 Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
Ps 10:7
14 Van wie de mond vol is van vervloeking en bitterheid;
SV15 Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
Spr 1:16; Jes 59:7-8
15 Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
SV16 Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
Grieks ταλαιπωρία = ellende, rampspoed
16 Vernieling en ellende is in hun wegen;
SV17 En den weg des vredes hebben zij niet gekend.
Jes 59:8
17 En de weg van de vrede hebben zij niet gekend.
SV18 Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
Grieks φόβος θεοῦ = ontzag voor God — "vreze" is verouderd
18 Er is geen vrees voor God voor hun ogen.
Gerechtvaardigd door het geloof
SV19 Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
Grieks ὑπόδικος (hypodikos) = schuldig, strafbaar, verantwoordelijk — "verdoemelijk" is te sterk en verouderd; φραγῇ = gestopt, tot zwijgen gebracht
19 Wij weten nu dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen die onder de wet zijn; opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld onder het oordeel staat van God.
SV20 Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
Grieks σάρξ (sarx) = vlees, d.w.z. geen mens — "vlees" als synecdoche voor "mens" is nog steeds begrijpelijk en Bijbels. Citaat uit Ps 143:2
20 Daarom zal uit de werken van de wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis van de zonde.
SV21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
Grieks δικαιοσύνη θεοῦ = rechtvaardigheid van God — centraal begrip in Romeinen; μαρτυρουμένη = betuigd, bevestigd door getuigenis
21 Maar nu is de rechtvaardigheid van God geopenbaard geworden zonder de wet, met getuigenis van de wet en de profeten:
SV22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
Grieks πίστεως Ἰησοῦ Χριστοῦ — kan zowel "geloof in Jezus Christus" (objectieve genitief) als "de trouw van Jezus Christus" (subjectieve genitief) betekenen. TR leest "tot allen en over allen"; NA laat "en over allen" weg
22 Namelijk de rechtvaardigheid van God door de trouw van Jezus Christus, tot allen die geloven; want er is geen onderscheid.
SV23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
Grieks ὑστεροῦνται (hysterountai) = tekortkomen, missen — "derven" is verouderd; δόξα τοῦ θεοῦ = de heerlijkheid/glorie van God
23 Want zij hebben allen gezondigd en missen de heerlijkheid van God;
SV24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
Grieks δωρεάν (dōrean) = om niet, als geschenk, gratis; ἀπολυτρώσεως = verlossing, loskoping — beeld van een losprijs die betaald wordt voor een slaaf
24 En worden zonder betaling gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is;
SV25 Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
Grieks ἱλαστήριον (hilastērion) = verzoendeksel, zoenoffer — verwijst naar het כפרת (kapporet), het gouden deksel op de ark des verbonds waar op Grote Verzoendag bloed werd gesprenkeld (Lev 16:14-15). Grieks πάρεσιν (paresin) = voorbijgaan, ongestraft laten — NIET hetzelfde als ἄφεσιν (vergeving); het gaat om het tijdelijk laten passeren van zonden vóór het kruis. Grieks ἔνδειξιν = bewijs, tonen
25 Die God openlijk aangewezen heeft als verzoening, door het geloof, in Zijn bloed, tot een bewijs van Zijn rechtvaardigheid, door het voorbijgaan van de zonden die eerder begaan zijn, onder de verdraagzaamheid van God;
SV26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
Grieks ἐν τῷ νῦν καιρῷ = in de tegenwoordige tijd; δικαιοῦντα τὸν ἐκ πίστεως Ἰησοῦ = en rechtvaardigt degene die uit het geloof in Jezus is
26 Tot een bewijs van Zijn rechtvaardigheid in deze tegenwoordige tijd; opdat Hij rechtvaardig is, en rechtvaardigt degene die uit het geloof in Jezus is.
Het roemen uitgesloten
SV27 Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
Grieks καύχησις (kauchēsis) = het roemen, de trots — Paulus gebruikt dit woord vaak in Romeinen en Korinthiërs
27 Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door welke wet? Van de werken? Nee, maar door de wet van het geloof.
SV28 Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.
Grieks λογιζόμεθα (logizometha) = wij concluderen, wij oordelen — "besluiten" kan verwarrend zijn; dit is een logische conclusie, niet een besluit
28 Wij stellen dan vast dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken van de wet.
SV29 Is God een God der Joden alleen? en is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen;
Rom 10:12; Gal 3:28-29
29 Is God een God van de Joden alleen? En is Hij het niet ook van de heidenen? Ja, ook van de heidenen;
SV30 Nademaal Hij een enig God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof.
Grieks ἀκροβυστίαν (akrobystian) = onbesnedenheid — "voorhuid" is te letterlijk in deze context, het verwijst naar de onbesneden heidenen
30 Aangezien Hij één God is, Die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof, en de onbesnedenen door het geloof.
SV31 Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.
Grieks καταργοῦμεν = tenietdoen, buiten werking stellen; ἱστάνομεν = bevestigen, overeind houden
31 Doen wij dan de wet teniet door het geloof? Volstrekt niet! Maar wij bevestigen de wet.