Psalm 4

Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
9 verzen, 9 met wijzigingen
SV1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginôth.
Hebreeuws למנצח (lamenatseach) = voor de koorleider; נגינות (neginot) = snarenspel, muziek op snaarinstrumenten
1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
SV2 Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed.
Hebreeuws אלהי צדקי (elohai tsidqi) = God van mijn gerechtigheid — God als verdediger van het recht van de psalmist; בצר (batsar) = in benauwdheid; הרחבת (hirchavta) = U hebt ruimte gemaakt
Ps 3:5; 17:1; 18:7
2 Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid! In benauwdheid hebt U mij ruimte gemaakt; wees mij genadig en hoor mijn gebed.
SV3 Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.
Hebreeuws בני איש (benei ish) = zonen van een man — aanzienlijken, mannen van standing; ריק (riq) = leegte, ijdelheid; כזב (kazav) = leugen, bedrog
3 Mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult u de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.
SV4 Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.
Hebreeuws חסיד (chasid) = godvruchtige, getrouwe — iemand die in Gods verbondstrouw (חסד chesed) deelt; הפלה (hiflah) = afgezonderd, apart gezet — God heeft Zijn getrouwe bijzonder bestemd
4 Weet toch dat Jahweh Zich een getrouwe heeft afgezonderd; Jahweh zal horen als ik tot Hem roep.
SV5 Zijt beroerd, en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil. Sela.
Hebreeuws רגזו (rigzu) = beef, sidder — kan ook "wees toornig" betekenen (vgl. Ef 4:26 waar de LXX ὀργίζεσθε heeft); משכב (mishkav) = bed, ligplaats — niet "leger" in moderne zin
Ef 4:26
5 Beef en zondig niet; spreek in uw hart op uw bed en wees stil. Sela.
SV6 Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE.
Ps 51:21; Deut 33:19
6 Breng offers van gerechtigheid en vertrouw op Jahweh.
SV7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE!
Hebreeuws אור פניך (or panekha) = het licht van Uw aangezicht — beeld van Gods gunst en zegen (vgl. de priesterlijke zegen Num 6:25-26)
Num 6:25-26; Ps 31:17; 67:2; 80:4
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede laten zien? Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, Jahweh!
SV8 Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn.
Ps 63:6; Deut 33:28
8 U hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan wanneer hun koren en hun most overvloedig zijn.
SV9 Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen.
Hebreeuws לבטח (lavetach) = in veiligheid — "zeker wonen" in de SV betekent "veilig wonen"; יחדו (yachdav) = tezamen, tegelijkertijd — David ligt neer en slaapt meteen in
Ps 3:6; Lev 26:6; Spr 3:24
9 Ik zal in vrede neerliggen en slapen; want U alleen, Jahweh, doet mij veilig wonen.