Psalm 2

Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
12 verzen, 12 met wijzigingen
SV1 Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid?
Hebreeuws רגשו (ragshu) = woeden, in opschudding zijn — een woelig samenscholen; גוים (gojim) = heidenvolken; ריק (riq) = ijdelheid, leegte — hun plannen zijn vruchteloos
Hand 4:25-26; Openb 11:18
1 Waarom woeden de heidenvolken, en bedenken de volken wat ijdel is?
SV2 De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:
Hebreeuws יתיצבו (jityatssebu) = zich opstellen — een militaire term; נוסדו (nosdu) = beraadslagen, samenspannen — in het geheim overleggen; משיח (mashiach) = gezalfde, messias
Hand 4:26-27; Openb 19:19
2 De koningen van de aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen samen tegen Jahweh en tegen Zijn Gezalfde:
SV3 Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.
3 Laten wij hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.
SV4 Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.
Hebreeuws ישחק (jischaq) = lachen — Gods lach drukt Zijn soevereine minachting uit voor menselijke opstandigheid; אדני (Adonai) = Heer — hier onderscheiden van יהוה (YHWH) in vers 2
4 Die in de hemel woont, zal lachen; de Heer zal hen bespotten.
SV5 Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken.
Hebreeuws חרון (charon) = brandende toorn, grimmigheid — "grimmigheid" vervangen door "brandende toorn" voor helderheid; יבהלמו (jebahalemo) = hen verschrikken, in verwarring brengen
5 Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn brandende toorn zal Hij hen verschrikken.
SV6 Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.
Hebreeuws נסכתי (nasakhti) = Ik heb gezalfd/aangesteld — de plechtige inhuldiging van de Messiaanse Koning; הר קדשי (har qodshi) = Mijn heilige berg — niet "berg Mijner heiligheid"
Ps 110:1-2; Dan 9:25
6 Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, Mijn heilige berg.
SV7 Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.
Hebreeuws חק (choq) = besluit, verordening — Gods eeuwig decreet; ספר (safar) = verhalen, bekendmaken; ילדתיך (jelidtikha) = Ik heb U verwekt/gegenereerd — "gegenereerd" is verouderd; dit vers wordt in Hand 13:33 en Heb 1:5 op Christus toegepast
Hand 13:33; Heb 1:5; 5:5
7 Ik zal het besluit bekendmaken: Jahweh heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.
SV8 Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting.
Hebreeuws אחזה (achuzzah) = bezit, eigendom — "bezitting" vervangen door "bezit"
Ps 72:8; Dan 7:14; Openb 11:15
8 Eis van Mij, en Ik zal de heidenvolken geven tot Uw erfdeel, en de einden van de aarde tot Uw bezit.
SV9 Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkersvaas.
Hebreeuws תרעם (tero'em) = u zult hen verpletteren — met een ijzeren herdersstaf; כלי יוצר (keli jotser) = pottenbakkersvaatwerk, aardewerk — "pottenbakkersvaas" vervangen door "aardewerk"
Openb 2:27; 12:5; 19:15
9 U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; U zult hen in stukken slaan als aardewerk.
SV10 Nu dan, gij koningen, handelt verstandig; laat u onderwijzen, gij rechters der aarde.
Hebreeuws השכילו (haskilu) = handel verstandig, wees wijs — een oproep aan de machthebbers; הוסרו (hiwwasru) = laat u onderwijzen/tuchtigen
10 Nu dan, koningen, handel verstandig; laat u onderwijzen, rechters van de aarde.
SV11 Dient den HEERE met vreze, en verheugt u met beving.
Hebreeuws יראה (jir'ah) = vrees, ontzag — "vreze" vervangen door "ontzag"; רעדה (re'adah) = huivering, beving — ontzag gemengd met vreugde
Fil 2:12; Heb 12:28-29
11 Dien Jahweh met ontzag, en verheug u met huiver.
SV12 Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.
Hebreeuws נשקו בר (nashqu bar) = kus de zoon — בר (bar) = zoon (Aramees); חוסי (chose) = schuilen, toevlucht nemen — "betrouwen" vervangen door "schuilen"; אשרי (ashrei) = gelukkig — zelfde woord als in Ps 1:1; "welgelukzalig" vervangen door "gelukkig"
Ps 34:9; Jes 30:18; Jer 17:7
12 Kus de Zoon, opdat Hij niet toorne en u op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn slechts even zou ontbranden. Gelukkig zijn allen die bij Hem schuilen.