Psalm 1
Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
6 verzen, 6 met wijzigingen
SV1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;
Hebreeuws אשרי (ashrei) = gelukkig, gezegend — een meervoudsvorm die een staat van diep geluk uitdrukt; מושב (moshav) = zetel, zitplaats, kring — "gestoelte" is verouderd
1 Gelukkig is de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, noch staat op de weg van de zondaars, noch zit in de kring van de spotters;
SV2 Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.
Hebreeuws תורה (torah) = wet, onderwijzing, instructie — breder dan alleen "wet"; חפץ (chefets) = vreugde, verlangen, welgevallen — "lust" is verouderd in deze positieve betekenis
2 Maar zijn vreugde is in de wet van Jahweh, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.
SV3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.
Hebreeuws שתול (shatul) = geplant, overgeplant — niet wild gegroeid maar bewust geplant; פלגי מים (palgei mayim) = waterstromen, beken
3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en waarvan het blad niet verwelkt; en al wat hij doet, zal tot bloei komen.
SV4 Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft.
Hebreeuws מץ (mots) = kaf — het lichte omhulsel van graan dat bij het wannen wegwaait
4 Zo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf dat de wind wegblaast.
SV5 Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.
Hebreeuws יקמו (yaqumu) = standhouden, opstaan — "bestaan" is hier verouderd in de zin van standhouden
5 Daarom zullen de goddelozen niet standhouden in het gericht, noch de zondaars in de vergadering van de rechtvaardigen.
SV6 Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.
Ps 37:18; Spr 10:29; Nah 1:7
6 Want Jahweh kent de weg van de rechtvaardigen, maar de weg van de goddelozen zal vergaan.