Markus 16
Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
20 verzen, 20 met wijzigingen
De opstanding van Jezus
SV1 En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdaléna, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salóme specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden.
1 En toen de sabbatl voorbij was, hadden Maria Magdalena en Maria de moeder van Jakobus en Salome specerijen gekocht om Hem te komen zalven.
↗ l — Uitleg bij 1:21
SV2 En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging;
2 En zeer vroeg op de eerste dag van de week kwamen zij bij het graf, toen de zon opging.
SV3 En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen?
3 En zij zeiden tegen elkaar: Wie zal de steen voor ons van de ingang van het graf wegrollen?
SV4 (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.
4 (En toen zij opkeken, zagen zij dat de steen weggerold was), want hij was zeer groot.
SV5 En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd.
5 En toen zij het graf waren ingegaan, zagen zij een jongeman zitten aan de rechterzijde, gekleed in een wit lang gewaad, en zij werden verbaasd.
SV6 Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazaréner, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.
6 Maar hij zei tegen hen: Wees niet verbaasd. U zoekt Jezus de Nazarener, Die gekruisigd is. Hij is opgestaan! Hij is hier niet; zie de plaats waar zij Hem gelegd hadden.
SV7 Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galiléa; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft.
7 Maar ga heen, zeg tegen Zijn discipelenv en Petrus dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult u Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.
↗ v — Uitleg bij 3:7
SV8 En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd.
8 En zij gingen haastig naar buiten en vluchtten van het graf, want beving en ontzetting had hen bevangen; en zij zeiden tegen niemand iets, want zij waren bang.
De verschijning aan Maria Magdalena
SV9 En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdaléna, uit welke Hij zeven duivelen uitgeworpen had.
Markus 16:9-20 (het «langere slot») is in Nestle-Aland (NA28) tussen dubbele haken geplaatst — het ontbreekt in de twee oudste Griekse handschriften (Codex Sinaiticus en Vaticanus). De meeste tekstcritici beschouwen het als een latere toevoeging, hoewel het al vroeg in de overlevering voorkomt. De SV volgt hier de Textus Receptus, die het als canoniek opneemt.
9 En toen Jezus was opgestaan, 's morgens vroeg op de eerste dag van de week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven demoneno had uitgedreven.
↗ o — Uitleg bij 1:23
SV10 Deze, heengaande, boodschapte het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden.
10 Zij ging heen en berichtte het aan hen die met Hem geweest waren, die treurden en weenden.
SV11 En als dezen hoorden, dat Hij leefde, en van haar gezien was, geloofden zij het niet.
11 En toen zij hoorden dat Hij leefde en door haar gezien was, geloofden zij het niet.
SV12 En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen.
12 En daarna is Hij in een andere gedaante geopenbaard aan twee van hen, toen zij wandelden en naar het veld gingen.
SV13 Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet.
13 Dezen gingen ook heen en berichtten het aan de anderen, maar zij geloofden ook hen niet.
De verschijning aan de elf en de zendingsopdracht
SV14 Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.
14 Daarna is Hij geopenbaard aan de elf, toen zij aan tafel zaten, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen die Hem gezien hadden nadat Hij was opgestaan, niet hadden geloofd.
SV15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen.
Grieks κτίσει = schepping/al het geschapene — “creaturen” is verouderd
15 En Hij zei tegen hen: Ga heen in de hele wereld, predik het Evangeliea aan alle schepselen.
↗ a — Uitleg bij 1:1
SV16 Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.
Grieks σωθήσεται = gered worden; κατακριθήσεται = veroordeeld worden
16 Wie geloofd zal hebben en gedooptf zal zijn, zal gered worden; maar wie niet zal geloofd hebben, zal veroordeeld worden.
↗ f — Uitleg bij 1:4
SV17 En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken,
17 En aan hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demoneno uitdrijven; in nieuwe talen zullen zij spreken;
↗ o — Uitleg bij 1:23
SV18 Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.
18 slangen zullen zij opnemen; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hun niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.
De hemelvaart
SV19 De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods.
19 De Heer dan, nadat Hij tegen hen gesproken had, is opgenomen in de hemel en is gezeten aan de rechterhand van God.
SV20 En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen.
20 En zij gingen uit en predikten overal, en de Heer werkte mee en bevestigde het Woord door tekenen die daarop volgden. Amen.