Markus 1
Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
45 verzen, 45 met wijzigingen
Johannes de Doper bereidt de weg
SV1 Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van God.
1 Het begin van het Evangeliea van Jezus Christusb, de Zoon van God.
Evangelie is het Griekse woord voor goed nieuws. Markus beschrijft in dit verslag het goede nieuws van Jezus leven, sterven en opstanding.
Christus is Grieks voor gezalfde, in het Hebreeuws is dat Messias. Een gezalfde was iemand die door God apart gezet was als profeet, priester of koning. Jezus is apart gezet om alle drie te zijn.
SV2 Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.
2 Zoals geschreven is in de profetenc: Zie, Ik zend Mijn engeld voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U bereiden zal.
Een profeet is iemand die door God is aangesteld om namens Hem te spreken.
Een engel is een boodschapper.
SV3 De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht.
Grieks κυρίου — citaat uit Jesaja 40:3 waar Hebreeuws יהוה (YHWH) staat → Jahweh
3 De stem van een roepende in de woestijn: Bereid de weg van Jahwehe, maak Zijn paden recht.
Jahweh is de naam van God, letterlijk vertaald als "Ik ben" (zie Exodus 3:14). In veel vertalingen weergegeven als HEERE.
SV4 Johannes was dopende in de woestijn, en predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden.
4 Johannes doopte in de woestijn en predikte de doopf van bekeringg tot vergeving van zondenh.
In de doop word het oude zondige leven in het water achtergelaten en komt de gelovige vernieuwd uit het water om Jezus als leerling te volgen door de kracht van de Heilige Geest.
Bekering is je met verdriet van de zonde afkeren en je richten op Jezus om op Zijn manier te leren leven.
Zonde is niet op Gods manier leven maar op je eigen manier.
SV5 En al het Joodse land ging tot hem uit, en die van Jeruzalem; en werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan, belijdende hun zonden.
5 En heel het Joodse land ging naar hem toe, en die van Jeruzalem; en zij werden allemaal door hem gedooptf in de rivier de Jordaan, terwijl zij hun zondenh beleden.
↗ f — Uitleg bij vers 4
↗ h — Uitleg bij vers 4
SV6 En Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lenden, en at sprinkhanen en wilden honig.
6 En Johannes was gekleed met een kamelenvacht, en met een leren gordel om zijn middel, en at sprinkhanen en wilde honing.
SV7 En hij predikte, zeggende: Na mij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben, nederbukkende, den riem Zijner schoenen te ontbinden.
Grieks ὑποδημάτων = sandalen (niet schoenen)
7 En hij predikte en zei: Na mij komt Hij Die sterker is dan ik, van Wie ik niet waardig ben om neer te bukken en de riem van Zijn sandalen los te maken.
SV8 Ik heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met den Heiligen Geest.
8 Ik heb u wel gedooptf met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geesti.
De Heilige Geest is Gods goede en zuivere kracht die dringt tot liefde, gerechtigheid en leven. Hij is als de kracht van de zon, zoals Jezus is als de afstraling van de zon.
↗ f — Uitleg bij vers 4
De doop van Jezus
SV9 En het geschiedde in diezelfde dagen, dat Jezus kwam van Názareth, gelegen in Galiléa, en werd van Johannes gedoopt in de Jordaan.
9 En het gebeurde in die dagen dat Jezus kwam vanuit Nazareth in Galilea, en door Johannes gedooptf werd in de Jordaan.
↗ f — Uitleg bij vers 4
SV10 En terstond, als Hij uit het water opklom, zag Hij de hemelen opengaan, en den Geest, gelijk een duif, op Hem nederdalen.
10 En meteen, toen Hij uit het water omhoogkwam, zag Hij de hemelen opengaan en de Geest, als een duif, op Hem neerdalen.
SV11 En er geschiedde een stem uit de hemelen: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!
11 En er klonk een stem uit de hemelen: U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!
De verzoeking in de woestijn
SV12 En terstond dreef Hem de Geest uit in de woestijn.
12 En meteen dreef de Geest Hem uit naar de woestijn.
SV13 En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem.
13 En Hij was daar in de woestijn veertig dagen, verzocht door de satanj; en was bij de wilde dieren; en de engelen dienden Hem.
Satan is Gods tegenstander en in alles ook Zijn tegenpool. Hij doet er alles aan om wat God gemaakt heeft te vernietigen door leugen, ziekte en uiteindelijk de dood.
Jezus begint te prediken in Galilea
SV14 En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods,
14 En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea en predikte het Evangeliea van het Koninkrijk van Godk,
Gods Koninkrijk is de omgeving waar God en Zijn manier van leven heerst. Nu in de hemel en in ieder die van Jezus wil leren, straks ook op de vernieuwde aarde.
↗ a — Uitleg bij vers 1
SV15 En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.
15 en zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk van Godk is dichtbij gekomen; bekeer u en geloof het Evangeliea.
↗ a — Uitleg bij vers 1
↗ k — Uitleg bij vers 14
De roeping van de eerste discipelen
SV16 En wandelende bij de Galilése zee, zag Hij Simon en Andréas, zijn broeder, werpende het net in de zee (want zij waren vissers);
16 En toen Hij langs de Galilese zee wandelde, zag Hij Simon en Andreas, zijn broer, die het net in de zee wierpen (want zij waren vissers);
SV17 En Jezus zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken, dat gij vissers der mensen zult worden.
17 En Jezus zei tegen hen: Volg Mij, en Ik zal maken dat u vissers van mensen zult worden.
SV18 En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.
18 En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.
SV19 En van daar een weinig voortgegaan zijnde, zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedéüs, en Johannes, zijn broeder, en dezelven in het schip hun netten vermakende.
19 En toen Hij vandaar een stukje verder ging, zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer, die in het schip hun netten aan het herstellen waren.
SV20 En terstond riep Hij hen; en zij, latende hun vader Zebedéüs in het schip, met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd.
Grieks μισθωτῶν = gehuurde arbeiders/dagloners — "knechten" is hier passender dan "huurlingen"
20 En meteen riep Hij hen; en zij lieten hun vader Zebedeüs in het schip achter met de knechten, en volgden Hem.
Onderwijs en genezing in Kapernaüm
SV21 En zij kwamen binnen Kapérnaüm; en terstond op den sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij.
21 En zij kwamen in Kapernaüm; en meteen op de sabbatl ging Hij de synagogem binnen en onderwees.
Sabbat is het rustmoment wat God instelde nadat Hij de schepping na zes dagen had voltooid. En het is een herinnering aan het rustmoment wat nooit zal eindigen op de vernieuwde aarde die Jezus zal brengen.
De synagoge was de plek waar Joden samenkwamen om te bidden en te luisteren naar wat God gesproken en geleerd had.
SV22 En zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen, als machthebbende, en niet als de schriftgeleerden.
22 En zij stonden versteld over Zijn onderwijs, want Hij onderwees hen als iemand die gezag heeft, en niet zoals de schriftgeleerdenn.
Schriftgeleerden waren zij die wat God gesproken en geleerd had onderzochten en bestudeerden.
SV23 En er was in hun synagoge een mens, met een onreinen geest, en hij riep uit,
23 En er was in hun synagogem een mens met een onreine geesto, en hij riep uit:
Anders dan de Heilige Geest, is een onreine geest een kwaadaardige kracht die dringt tot zonde, onrecht en de dood.
↗ m — Uitleg bij vers 21
SV24 Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
Grieks ἀπολέσαι = vernietigen/te gronde richten (sterker dan "verderven")
24 Ga weg! Wat hebben wij met U te maken, Jezus de Nazarener? Bent U gekomen om ons te vernietigen? Ik weet Wie U bent: de Heilige van God.
SV25 En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem.
25 En Jezus bestrafte hem en zei: Zwijg stil en ga uit van hem!
SV26 En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem.
Grieks σπαράξαν = hevig schudden/stuiptrekken — niet letterlijk "scheuren"
26 En de onreine geesto deed hem stuiptrekken en met een luide stem roepend ging hij uit van hem.
↗ o — Uitleg bij vers 23
SV27 En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreinen geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn!
27 En zij waren allemaal verbaasd, zodat zij onder elkaar vroegen: Wat is dit? Wat voor nieuwe leer is dit, dat Hij met gezag ook de onreine geesten gebiedt en zij Hem gehoorzamen!
SV28 En Zijn gerucht ging terstond uit, in het gehele omliggende land van Galiléa.
28 En het nieuws over Hem verspreidde zich meteen in heel het omliggende land van Galilea.
Genezingen bij Simon thuis
SV29 En van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andréas, met Jakobus en Johannes.
29 En meteen toen zij uit de synagogem kwamen, gingen zij naar het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes.
↗ m — Uitleg bij vers 21
SV30 En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.
30 En de schoonmoeder van Simon lag ziek met koorts; en meteen vertelden zij Hem over haar.
SV31 En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte ze op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.
31 En Hij ging naar haar toe, pakte haar hand en richtte haar op; en meteen verliet de koorts haar, en zij diende hen.
SV32 Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van den duivel bezeten waren.
Grieks δαιμονιζομένους = door demonen bezeten (δαιμόνιον ≠ διάβολος/duivel)
32 Toen het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij allen die ziek en door demoneno bezeten waren naar Hem toe.
↗ o — Uitleg bij vers 23
SV33 En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur.
33 En de hele stad was samengekomen bij de deur.
SV34 En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
34 En Hij genas er velen die aan verschillende ziekten leden; en wierp vele demoneno uit, en liet de demonen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
↗ o — Uitleg bij vers 23
Prediking door heel Galilea
SV35 En des morgens vroeg, als het nog diep in den nacht was, opgestaan zijnde, ging Hij uit, en ging henen in een woeste plaats, en bad aldaar.
35 En 's morgens vroeg, toen het nog diep in de nacht was, stond Hij op en ging naar een eenzame plaats, en bad daar.
SV36 En Simon, en die met hem waren, zijn Hem nagevolgd.
36 En Simon en zij die bij hem waren, gingen Hem achterna.
SV37 En zij Hem gevonden hebbende, zeiden tot Hem: Zij zoeken U allen.
37 En toen zij Hem gevonden hadden, zeiden zij tegen Hem: Iedereen zoekt U.
SV38 En Hij zeide tot hen: Laat ons in de bijliggende vlekken gaan, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan.
Grieks κωμοπόλεις = marktstadjes/dorpen — "vlekken" is verouderd
38 En Hij zei tegen hen: Laten wij naar de naburige dorpen gaan, zodat Ik ook daar kan prediken; want daarvoor ben Ik uitgegaan.
SV39 En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galiléa, en wierp de duivelen uit.
39 En Hij predikte in hun synagogen door heel Galilea, en wierp de demoneno uit.
↗ o — Uitleg bij vers 23
De reiniging van een melaatse
SV40 En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieën, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
40 En een melaatse kwam naar Hem toe, smeekte Hem en viel voor Hem op de knieën en zei tegen Hem: Als U wilt, kunt U mij reinigen.
SV41 En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd!
Grieks σπλαγχνισθείς = diep in zijn binnenste bewogen (letterlijk: vanuit de ingewanden)
41 En Jezus, diep in Zijn binnenste met ontferming bewogen, strekte Zijn hand uit en raakte hem aan en zei tegen hem: Ik wil het, word gereinigd!
SV42 En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid terstond van hem, en hij werd gereinigd.
42 En toen Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid meteen van hem weg, en hij werd gereinigd.
SV43 En als Hij hem strengelijk verboden had, deed Hij hem terstond van Zich gaan;
43 En nadat Hij hem streng gewaarschuwd had, stuurde Hij hem meteen weg;
SV44 En zeide tot hem: Zie, dat gij niemand iets zegt; maar ga heen en vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, hetgeen Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.
44 en zei tegen hem: Zie erop toe dat u niemand iets zegt; maar ga u aan de priester laten zien en offer voor uw reiniging wat Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.
SV45 Maar hij uitgegaan zijnde, begon vele dingen te verkondigen, en dat woord te verbreiden, alzo dat Hij niet meer openbaar in de stad kon komen, maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.
45 Maar toen hij wegging, begon hij veel dingen te verkondigen en het woord te verspreiden, zodat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef; en zij kwamen van alle kanten naar Hem toe.