Lukas 4
Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
44 verzen, 43 met wijzigingen
∥ Mt 4:1-11; Mk 1:12-13
De verzoeking in de woestijn
SV1 En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;
1 En Jezus, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan, en werd door de Geest geleid in de woestijn;
SV2 En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geëindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
2 En Hij werd veertig dagen verzocht door de duivel, en Hij at helemaal niets in die dagen, en toen deze geëindigd waren, kreeg Hij uiteindelijk honger.
SV3 En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
3 En de duivel zei tegen Hem: Als U Gods Zoon bent, zeg tegen deze steen dat hij brood wordt.
SV4 En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
Deut 8:3
4 En Jezus antwoordde hem en zei: Er is geschreven dat de mens van brood alleen niet zal leven, maar bij elk woord van God.
SV5 En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.
5 En toen de duivel Hem geleid had op een hoge berg, toonde hij Hem al de koninkrijken van de wereld, in een ogenblik.
SV6 En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;
Grieks ἐξουσίαν = macht/autoriteit — de duivel claimt gezag over de koninkrijken; παραδέδοται = het is mij overgeleverd
6 En de duivel zei tegen Hem: Ik zal U al deze macht en de heerlijkheid van deze koninkrijken geven, want zij is mij overgegeven, en ik geef ze aan wie ik ook wil.
SV7 Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.
7 Als U dan mij zult aanbidden, zal het alles van U zijn.
SV8 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
Deut 6:13
8 En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: U zult de Heer, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
SV9 En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;
Grieks πτερύγιον τοῦ ἱεροῦ = de punt/vleugel van de tempel — het hoogste punt van de tempelmuur
9 En hij leidde Hem naar Jeruzalem en stelde Hem op het hoogste punt van de tempel, en zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf van hier naar beneden.
SV10 Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
Ps 91:11-12
10 Want er is geschreven dat Hij Zijn engelen over U bevel zal geven dat zij U bewaren zullen;
SV11 En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
11 En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat U Uw voet nooit aan een steen stoot.
SV12 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.
Deut 6:16
12 En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Er is gezegd: U zult de Heer, uw God, niet verzoeken.
SV13 En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.
13 En toen de duivel alle verzoeking volbracht had, week hij van Hem voor een tijd.
Jezus in Nazareth verworpen
SV14 En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galiléa; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
14 En Jezus keerde terug, door de kracht van de Geest, naar Galilea; en het gerucht over Hem ging uit door het hele omliggende land.
SV15 En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.
15 En Hij onderwees in hun synagogen en werd door allen geprezen.
∥ Mt 13:53-58; Mk 6:1-6
SV16 En Hij kwam te Názareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.
16 En Hij kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op de sabbatdag in de synagoge, en stond op om te lezen.
SV17 En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was:
17 En Hem werd het boek van de profeet Jesaja gegeven; en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats waar geschreven was:
SV18 De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;
Jes 61:1-2
18 De Geest van de Heer is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden om aan de armen het Evangelie te verkondigen, om hen te genezen die gebroken zijn van hart,
SV19 Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.
19 Om aan de gevangenen loslating te prediken, en aan de blinden het zicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid, om te prediken het gewenste jaar van de Heer.
SV20 En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.
Grieks ὑπηρέτῃ = dienaar/bediende — de synagogedienaar (chazan) die de boekrollen bewaarde
20 En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht.
SV21 En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
21 En Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
SV22 En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
Grieks λόγοις τῆς χάριτος = woorden van genade — de SV vertaalt dit als "aangename woorden"
22 En zij gaven Hem allen getuigenis en verwonderden zich over de aangename woorden die uit Zijn mond voortkwamen, en zeiden: Is deze niet de zoon van Jozef?
SV23 En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester! genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapérnaüm geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
Grieks ἰατρέ = arts/dokter — "Medicijnmeester" is verouderd Nederlands voor dokter
23 En Hij zei tegen hen: U zult zonder twijfel tegen Mij dit spreekwoord zeggen: Dokter, genees uzelf! Alles wat wij gehoord hebben dat in Kapernaüm gebeurd is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
SV24 En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland.
24 En Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u dat geen profeet gewenst is in zijn vaderland.
SV25 Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elías, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
1 Kon 17:1,9
25 Maar Ik zeg u naar waarheid: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood kwam over het hele land.
SV26 En tot geen van haar werd Elías gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.
26 En tot geen van hen werd Elia gezonden, dan naar Sarepta in Sidon, tot een vrouw die weduwe was.
SV27 En er waren vele melaatsen in Israël, ten tijde van den profeet Elísa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naäman, de Syriër.
2 Kon 5:1-14
27 En er waren veel melaatsen in Israël ten tijde van de profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd dan Naäman, de Syriër.
SV28 En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden.
28 En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld toen zij dit hoorden.
SV29 En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
29 En zij stonden op en wierpen Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op de top van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
SV30 Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
30 Maar Hij ging door het midden van hen heen en ging weg.
∥ Mk 1:21-28
Een onreine geest uitgedreven
SV31 En Hij kwam af te Kapérnaüm, een stad van Galiléa, en leerde hen op de sabbatdagen.
31 En Hij ging naar Kapernaüm, een stad in Galilea, en onderwees hen op de sabbatdagen.
SV32 En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
Grieks ἐξεπλήσσοντο = stonden versteld/waren zeer verbaasd — "versloegen zich" is verouderd
32 En zij stonden versteld over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
SV33 En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme,
Grieks δαιμονίου ἀκαθάρτου = onreine demon — δαιμόνιον (demon) is niet hetzelfde als διάβολος (duivel)
33 En in de synagoge was een mens die een geest van een onreine demon had, en hij riep uit met luide stem,
SV34 Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
34 en zei: Laat ons, wat hebben wij met U te maken, Jezus van Nazareth? Bent U gekomen om ons te vernietigen? Ik ken U, wie U bent, namelijk de Heilige van God.
SV35 En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.
35 En Jezus bestrafte hem en zei: Zwijg stil en ga van hem uit. En de demon wierp hem in het midden neer en voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen.
SV36 En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?
36 En er kwam verbazing over allen; en zij spraken tegen elkaar en zeiden: Wat voor woord is dit, dat Hij met macht en kracht de onreine geesten gebiedt en zij uitvaren?
SV37 En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.
37 En het gerucht over Hem ging uit in alle plaatsen van het omliggende land.
∥ Mt 8:14-15; Mk 1:29-31
De schoonmoeder van Petrus genezen
SV38 En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.
Grieks πενθερά = schoonmoeder; πυρετῷ μεγάλῳ = hoge koorts (letterlijk: grote koorts)
38 En Jezus stond op uit de synagoge en ging in het huis van Simon; en de schoonmoeder van Simon was met een hoge koorts bevangen, en zij vroegen Hem om hulp voor haar.
SV39 En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
39 En Hij stond over haar heen en bestrafte de koorts, en de koorts verliet haar; en zij stond onmiddellijk op en diende hen.
∥ Mt 8:16-17; Mk 1:32-34
Velen genezen bij zonsondergang
SV40 En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidene ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.
40 En toen de zon onderging, brachten allen die zieken hadden, met verschillende ziekten bevangen, hen tot Hem, en Hij legde ieder van hen de handen op en genas hen.
SV41 En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
41 En er voeren ook demonen uit van velen, die riepen en zeiden: U bent de Christus, de Zoon van God! En Hij bestrafte hen en liet hen niet spreken, omdat zij wisten dat Hij de Christus was.
∥ Mk 1:35-39
Jezus predikt in Galilea
SV42 En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.
Grieks ἔρημον τόπον = eenzame/verlaten plaats — niet "woest" in de zin van onherbergzaam, maar een stille plek
42 En toen het dag werd, ging Hij naar buiten en trok naar een eenzame plaats; en de menigten zochten Hem en kwamen bij Hem, en hielden Hem tegen, opdat Hij niet van hen zou weggaan.
SV43 Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.
43 Maar Hij zei tegen hen: Ik moet ook aan andere steden het Evangelie van het Koninkrijk van God verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden.
SV44 En Hij predikte in de synagogen van Galiléa.
44 En Hij predikte in de synagogen van Galilea.