Handelingen 3
Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
26 verzen, 26 met wijzigingen
De genezing van de kreupele
SV1 Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;
1 Petrus nu en Johannes gingen samen op naar de tempel, omstreeks het uur van het gebed, namelijk het negende uur;
SV2 En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;
Grieks χωλός (chōlos) = kreupel, mank; ἐκ κοιλίας μητρός = van zijn moeders schoot af, d.w.z. vanaf de geboorte; Ὡραίαν = de Schone (poort) — waarschijnlijk de Nikanorpor aan de oostzijde van de tempel
2 En een zekere man, die kreupel was van zijn moeders schoot af, werd gedragen; men zette hem dagelijks bij de poort van de tempel, genaamd de Schone, om een liefdegave te vragen aan degenen die de tempel binnengingen;
SV3 Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen.
3 Toen hij Petrus en Johannes zag, die de tempel zouden binnengaan, vroeg hij om een liefdegave te mogen ontvangen.
SV4 En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons.
Grieks ἀτενίσας (atenisas) = strak/scherp aankijken — een indringend, vastberaden kijken
4 En Petrus keek hem indringend aan, samen met Johannes, en zei: Kijk naar ons.
SV5 En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.
5 En hij keek hen aandachtig aan, in de verwachting dat hij iets van hen zou ontvangen.
SV6 En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazaréner, sta op en wandel!
6 En Petrus zei: Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u; in de Naam van Jezus Christus de Nazarener, sta op en loop!
SV7 En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast.
Grieks ἐστερεώθησαν (estereōthēsan) = werden stevig, werden sterk; βάσεις καὶ σφυδρά = voeten en enkels
7 En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en meteen werden zijn voeten en enkels stevig.
SV8 En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God.
8 En hij sprong op, stond en liep, en ging met hen de tempel in, terwijl hij liep en sprong en God loofde.
SV9 En al het volk zag hem wandelen en God loven.
9 En heel het volk zag hem lopen en God loven.
SV10 En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was.
Grieks θάμβους καὶ ἐκστάσεως = verbazing en ontzetting — ἔκστασις duidt op een overweldigende, buitenzintuiglijke ervaring van verwondering
10 En zij herkenden hem als degene die om een liefdegave had gezeten bij de Schone poort van de tempel; en zij werden vervuld met verbazing en ontzetting over wat hem overkomen was.
De toespraak van Petrus in de zuilengang
SV11 En als de kreupele, die gezond gemaakt was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Sálomo's voorhof genaamd wordt, verbaasd zijnde.
Grieks στοᾷ Σολομῶντος = de zuilengang van Salomo — een overdekte zuilenhal aan de oostzijde van de tempelberg (vgl. Joh 10:23)
11 En toen de kreupele man, die genezen was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep heel het volk samen naar hen toe in de zuilengang die Salomo's zuilengang genoemd wordt, vol verbazing.
SV12 En Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israëlietische mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen wandelen?
Grieks εὐσεβείᾳ (eusebeia) = godsvrucht, vroomheid — "godzaligheid" is verouderd
12 En toen Petrus dat zag, sprak hij tegen het volk: Israëlietische mannen, waarom verwondert u zich hierover, of waarom kijkt u zo strak naar ons, alsof wij door onze eigen kracht of godsvrees deze man hadden doen lopen?
SV13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten.
Grieks παῖδα (paida) = knecht, dienaar — verwijst naar de Knecht van JHWH uit Jesaja 42-53 (Hebreeuws עבד eved); de SV vertaalt "Kind" maar de context wijst op de Lijdende Knecht; κατὰ πρόσωπον = ten overstaan van
13 De God van Abraham, en Izak, en Jakob, de God van onze vaderen, heeft Zijn Knecht Jezus verheerlijkt, Die u overgeleverd hebt en verloochend hebt ten overstaan van Pilatus, toen hij oordeelde dat men Hem zou loslaten.
SV14 Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden;
Grieks φονέα (phonea) = moordenaar — "doodslager" is verouderd
14 Maar u hebt de Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt gevraagd dat u een man die een moordenaar was, zou geschonken worden;
SV15 En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn.
Grieks ἀρχηγόν τῆς ζωῆς (archēgon tēs zōēs) = de Vorst/Leidsman/Grondlegger van het leven — ἀρχηγός duidt zowel op leiderschap als op oorsprong; Jezus is de bron en het begin van het leven
15 En de Vorst van het leven hebt u gedood, Die God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn.
SV16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid.
Grieks ὁλοκληρίαν (holoklērian) = volkomen herstel, volmaakte gezondheid — letterlijk "heelheid in al zijn delen"
16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam deze man gesterkt, die u ziet en kent; en het geloof dat door Hem is, heeft hem dit volkomen herstel gegeven, in tegenwoordigheid van u allen.
SV17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten.
Grieks κατὰ ἄγνοιαν (kata agnoian) = uit onwetendheid — Petrus verzacht de aanklacht (vgl. Lk 23:34)
17 En nu, broeders, ik weet dat u het uit onwetendheid gedaan hebt, evenals ook uw leiders.
SV18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.
Jes 53:1-12; Lk 24:25-27, 44
18 Maar God heeft zo vervuld wat Hij door de mond van al Zijn profeten tevoren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.
SV19 Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,
Grieks μετανοήσατε (metanoēsate) = kom tot inkeer, bekeer u in denken — sterker dan "betert u"; ἀναψύξεως (anapsyxeōs) = verkwikking, verfrissing — een zeldzaam woord (NT hapax) dat verlichting en verademing uitdrukt
19 Kom dan tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist mogen worden; zodat er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heer,
SV20 En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is;
Grieks προκεχειρισμένον (prokecheirismenon) = tevoren aangesteld, bestemd — niet "gepredikt" (dat is κηρύσσω); Jezus is de door God tevoren bestemde Christus
20 en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren voor u bestemd is;
SV21 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.
Grieks ἀποκαταστάσεως πάντων (apokatastaseōs pantōn) = het herstel van alle dingen — een belangrijk eschatologisch begrip: de uiteindelijke vernieuwing van de schepping bij Christus' wederkomst
21 Die de hemel moet ontvangen tot de tijden van het herstel van alle dingen, waarover God gesproken heeft door de mond van al Zijn heilige profeten van oudsher.
SV22 Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal.
Citaat uit Deut 18:15, 18-19 — de beloofde Profeet als Mozes, door Petrus toegepast op Jezus Christus
22 Want Mozes heeft tegen de vaderen gezegd: De Heer, uw God, zal voor u een Profeet verwekken uit uw broeders, zoals mij; naar Hem zult u luisteren in alles wat Hij tegen u spreken zal.
SV23 En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.
Grieks ἐξολεθρευθήσεται (exolethreuthēsetai) = volkomen uitgeroeid worden — een zeer sterk woord dat totale vernietiging aanduidt
23 En het zal zijn dat elke ziel die deze Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit het volk.
SV24 En ook al de profeten, van Samuël aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd.
24 En ook alle profeten, van Samuël aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, hebben ook deze dagen tevoren verkondigd.
SV25 Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.
Grieks σπέρματι (spermati) = nageslacht, zaad — "zaad" is verouderd in deze context (vgl. Rom 1:3); citaat uit Gen 22:18 / Gen 12:3; διαθήκης = verbond
25 U bent kinderen van de profeten en van het verbond dat God met onze vaderen opgericht heeft, toen Hij tegen Abraham zei: En in uw nageslacht zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden.
SV26 God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.
Grieks παῖδα (paida) = Knecht, dienaar (zie v13); ἀναστήσας kan hier zowel "doen opstaan" (uit de dood) als "verwekt" (als profeet) betekenen; πονηριῶν = slechte daden, boosheden
26 God heeft, nadat Hij Zijn Knecht Jezus had doen opstaan, Hem eerst naar u gezonden, om u te zegenen doordat Hij ieder van u afkeert van uw slechte daden.