Handelingen 1
Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
26 verzen, 26 met wijzigingen
De belofte van de Heilige Geest
SV1 Het eerste boek heb ik gemaakt, o Théofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren;
Grieks λογον (logon) = boek, verslag — Lukas verwijst naar zijn evangelie; διδασκειν (didaskein) = onderwijzen
1 Het eerste boek heb ik geschreven, o Theofilus, over alles wat Jezus begonnen is zowel te doen als te onderwijzen,
SV2 Tot op den dag, in welken Hij opgenomen is, nadat Hij door den Heiligen Geest aan de apostelen, die Hij uitverkoren had, bevelen had gegeven.
Mk 16:19; Lk 24:49-51
2 tot op de dag waarop Hij opgenomen is, nadat Hij door de Heilige Geest aan de apostelen die Hij uitgekozen had, bevelen had gegeven.
SV3 Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.
Grieks τεκμηριοις (tekmēriois) = onweerlegbare, overtuigende bewijzen — sterker dan “kentekenen”
3 Aan hen heeft Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelf levend vertoond met vele overtuigende bewijzen, en Hij is veertig dagen lang door hen gezien, terwijl Hij sprak over de dingen die het Koninkrijk van God aangaan.
SV4 En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt.
Grieks συναλιζομενος (synalizomenos) = samen zijn, samen eten — de exacte betekenis is omstreden
4 En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem zouden weggaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt.
SV5 Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.
Mt 3:11; Lk 3:16; Hand 2:1-4; Hand 11:16
5 Want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.
SV6 Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?
Grieks αποκαθιστανεις (apokathistaneis) = herstellen in oorspronkelijke staat — een politiek geladen vraag
6 Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Heer, zult U in deze tijd het Koninkrijk voor Israël herstellen?
SV7 En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
Grieks χρονους η καιρους (chronous ē kairous) = tijden of gelegenheden — chronos = tijdsduur, kairos = beslissend moment
7 En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
SV8 Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.
Grieks μαρτυρες (martyres) = getuigen — oorsprong van het woord “martelaar”
8 Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste van de aarde.
De hemelvaart van Jezus
SV9 En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
Mk 16:19; Lk 24:51
9 En toen Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
SV10 En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding;
Lk 24:4
10 En terwijl zij hun ogen naar de hemel gericht hielden toen Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding;
SV11 Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.
Mt 24:30; Dan 7:13; Openb 1:7; 1 Thess 4:16-17
11 Die ook zeiden: Galilese mannen, wat staat u en kijkt op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal zo komen, op dezelfde wijze als u Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.
De apostelen bijeen in Jeruzalem
SV12 Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijf berg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar een sabbatsreize.
Lk 24:52
12 Toen keerden zij terug naar Jeruzalem, van de berg die de Olijfberg genoemd wordt, die dichtbij Jeruzalem ligt, op een sabbatsreis afstand.
SV13 En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andréas, Filippus en Thomas, Bartholoméüs en Matthéüs, Jakobus, de zoon van Alféüs, en Simon Zelótes, en Judas, de broeder van Jakobus.
Mt 10:2-4; Mk 3:16-19; Lk 6:14-16
13 En toen zij binnengekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal waar zij verbleven: Petrus en Jakobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Mattheüs, Jakobus de zoon van Alfeüs, en Simon de Zeloot, en Judas, de broer van Jakobus.
SV14 Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.
Nestle-Aland leest alleen τη προσευχη (het gebed); de TR voegt και τη δεησει (en het smeken) toe
14 Dezen allen bleven eensgezind volharden in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers.
De verkiezing van Matthias
SV15 En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was nu een schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen):
Nestle-Aland leest αδελφων (broeders) i.p.v. μαθητων (discipelen) — de SV volgt de TR-lezing
15 En in die dagen stond Petrus op te midden van de discipelen en sprak (er was een menigte bijeen van ongeveer honderdtwintig personen):
SV16 Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen, die Jezus vingen;
Grieks οδηγου (hodēgou) = gids, wegwijzer — niet “leidsman” in de zin van leider
16 Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, die de Heilige Geest door de mond van David voorzegd heeft over Judas, die de gids geweest is van hen die Jezus gevangennamen;
SV17 Want hij was met ons gerekend, en had het lot dezer bediening verkregen.
Lk 6:16; Joh 6:70-71
17 Want hij was onder ons gerekend en had het deel van deze bediening verkregen.
SV18 Deze dan heeft verworven een akker, door het loon der ongerechtigheid, en voorwaarts overgevallen zijnde, is midden opgeborsten, en al zijn ingewanden zijn uitgestort.
Grieks πρηνης (prēnēs) = voorover, op het gezicht — niet “voorwaarts”; vergelijk Mt 27:5 waar een ander verhaal staat over Judas’ dood
18 Deze dan heeft een akker verworven met het loon van de ongerechtigheid, en voorover gevallen is hij midden opengebarsten, en al zijn ingewanden zijn uitgestort.
SV19 En het is bekend geworden allen, die te Jeruzalem wonen, alzo dat die akker in hun eigen taal genoemd wordt Akeldama, dat is, een akker des bloeds.
Grieks Ἁκελδαμαχ (Hakeldamach) = Aramees voor “akker van bloed”
19 En het is bekend geworden bij allen die in Jeruzalem wonen, zodat die akker in hun eigen taal Akeldama genoemd wordt, dat is: Bloedakker.
SV20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen; Zijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelve wone. En: Een ander neme zijn opzienersambt.
Grieks επισκοπην (episkopēn) = opzienerschap, ambt van opzicht — citaten uit Ps 69:26 en Ps 109:8
20 Want er staat geschreven in het boek van de Psalmen: Laat zijn woonplaats woest worden, en laat er niemand zijn die daarin woont. En: Laat een ander zijn opzienerschap nemen.
SV21 Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons omgegaan hebben al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons in- en uitgegaan is,
Joh 15:27
21 Het is dan nodig dat van de mannen die met ons omgegaan zijn de hele tijd dat de Heer Jezus onder ons in- en uitging,
SV22 Beginnende van den doop van Johannes, tot den dag toe, in welken Hij van ons opgenomen is, één derzelven met ons getuige worde van Zijn opstanding.
Hand 10:37-41
22 vanaf de doop van Johannes tot de dag waarop Hij van ons opgenomen is, één van hen met ons getuige wordt van Zijn opstanding.
SV23 En zij stelden er twee, Jozef, genaamd Bársabas, die toegenaamd was Justus, en Matthías.
Hand 15:22
23 En zij stelden er twee voor: Jozef, genaamd Barsabbas, die ook Justus werd genoemd, en Matthias.
SV24 En zij baden en zeiden: Gij Heere! Gij Kenner der harten van allen, wijs van deze twee een aan, dien Gij uitverkoren hebt;
Grieks καρδιογνωστα (kardiognōsta) = Kenner van harten — komt alleen hier en in Hand 15:8 voor in het NT
24 En zij baden en zeiden: U, Heer, Kenner van de harten van allen, wijs van deze twee degene aan die U uitgekozen hebt,
SV25 Om te ontvangen het lot dezer bediening en des apostelschaps, waarvan Judas afgeweken is, dat hij heenging in zijn eigen plaats.
Mt 27:3-5
25 om de plaats te ontvangen in deze bediening en dit apostelschap, waarvan Judas afgeweken is om naar zijn eigen plaats te gaan.
SV26 En zij wierpen hun loten; en het lot viel op Matthías, en hij werd met gemene toestemming tot de elf apostelen gekozen.
Grieks συγκατεψηφισθη (synkatepsēphisthē) = meegeteld worden, bijgevoegd door stemming — niet “met gemene toestemming gekozen”
26 En zij wierpen hun loten, en het lot viel op Matthias, en hij werd met algemene instemming aan de elf apostelen toegevoegd.