2 Korinthe 1

Vrije Statenvertaling — Vrij van verouderde taal en vrij te verspreiden
Originele SV
Aangepast woord
Vertaalkeuze o.b.v. Grieks/Hebreeuws
24 verzen, 24 met wijzigingen
SV1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, en Timótheüs, de broeder, aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, met al de heiligen, die in geheel Acháje zijn:
Grieks ἐκκλησία (ekklēsia) = gemeente, vergadering van geroepenen
1 Kor 1:1-2
1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God, en Timotheüs, de broer, aan de gemeente van God die te Korinthe is, met al de heiligen die in heel Achaje zijn:
SV2 Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
2 Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus.
SV3 Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting;
Grieks οἰκτιρμός (oiktirmos) = barmhartigheid, mededogen — innerlijk meevoelen; παράκλησις (paraklēsis) = vertroosting, bemoediging — kernwoord van dit hoofdstuk (10× in v. 3-7)
Ef 1:3; 1 Petr 1:3
3 Geloofd zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden, en de God van alle vertroosting;
SV4 Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij zouden kunnen vertroosten degenen, die in allerlei verdrukking zijn, door de vertroosting, met welke wijzelven van God vertroost worden.
4 Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij hen die in allerlei verdrukking zijn, zouden kunnen vertroosten door de vertroosting waarmee wij zelf door God vertroost worden.
SV5 Want gelijk het lijden van Christus overvloedig is in ons, alzo is ook door Christus onze vertroosting overvloedig.
5 Want zoals het lijden van Christus overvloedig is in ons, zo is ook door Christus onze vertroosting overvloedig.
SV6 Doch hetzij dat wij verdrukt worden, het is tot uw vertroosting en zaligheid, die gewrocht wordt in de lijdzaamheid van hetzelfde lijden, hetwelk wij ook lijden; hetzij dat wij vertroost worden, het is tot uw vertroosting en zaligheid;
Grieks σωτηρία (sōtēria) = redding, behoud (niet: zaligheid); ὑπομονή (hypomonē) = volharding, standvastigheid (niet: lijdzaamheid)
2 Tim 2:10
6 Of wij nu verdrukt worden, het is tot uw vertroosting en redding, die bewerkt wordt in de volharding van hetzelfde lijden dat ook wij lijden; of wij vertroost worden, het is tot uw vertroosting en redding;
SV7 En onze hoop van u is vast, als die weten, dat, gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden, gij ook alzo gemeenschap hebt aan de vertroosting.
7 En onze hoop voor u is vast, omdat wij weten dat, zoals u deelt in het lijden, u ook zo deelt in de vertroosting.
SV8 Want wij willen niet, broeders, dat gij onwetende zijt van onze verdrukking, die ons in Azië overkomen is, dat wij uitnemend zeer bezwaard zijn geweest boven onze macht, alzo dat wij zeer in twijfel waren, ook van het leven.
Grieks καθ᾽ ὑπερβολήν (kath' hyperbolēn) = buitengewoon, bovenmate; ἐξαπορέω (exaporeō) = ten einde raad zijn, wanhopen — met prefix ἐξ- dat de uiterste graad aangeeft
Hand 19:23; 1 Kor 15:32
8 Want wij willen niet, broers, dat u onwetend bent over onze verdrukking die ons in Azië is overkomen, dat wij buitengewoon zwaar belast werden, boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan het leven wanhoopten.
SV9 Ja, wij hadden al zelven in onszelven het vonnis des doods, opdat wij niet op onszelven vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt;
Grieks ἀπόκριμα (apokrima) = vonnis, rechterlijk oordeel — alleen hier in het NT; ἐγείρω (egeirō) = opwekken
Rom 4:17
9 Ja, wij hadden zelf in onszelf het vonnis van de dood, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, Die de doden opwekt;
SV10 Die ons uit zo groten dood verlost heeft, en nog verlost; op Welken wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal.
Grieks ῥύομαι (rhyomai) = verlossen, redden — actief uit gevaar trekken; driemaal gebruikt (verleden, heden, toekomst)
2 Tim 4:18
10 Die ons uit zo'n groot doodsgevaar verlost heeft en nog verlost; op Wie wij hopen dat Hij ons ook nog verlossen zal.
SV11 Alzo gijlieden ook medearbeidt voor ons door het gebed, opdat over de gave, door vele personen aan ons teweeggebracht ook voor ons dankzegging door velen gedaan worde.
Grieks χάρισμα (charisma) = genadegave — hier de genade van Gods verlossing; συνυπουργέω (synypourgeō) = meehelpen, samenwerken — door het gebed
Rom 15:30; Fil 1:19
11 Terwijl ook jullie meehelpen door het gebed voor ons, opdat er door velen dankzegging voor ons wordt gedaan voor de genadegave die ons door veel mensen is geschonken.
SV12 Want onze roem is deze, namelijk de getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoudigheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben, en allermeest bij ulieden.
Grieks ἁπλότης (haplotēs) = eenvoud, oprechtheid; εἰλικρίνεια (eilikrineia) = zuiverheid, oprechtheid — letterlijk: beoordeeld in het zonlicht; ἀναστρέφω (anastrephō) = wandelen, leven
1 Kor 2:4,13; 2 Kor 2:17
12 Want onze roem is deze, namelijk de getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoud en oprechtheid van God, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade van God, in de wereld geleefd hebben, en vooral bij u.
SV13 Want wij schrijven u geen andere dingen, dan die gij kent, of ook erkent; en ik hoop, dat gij ze ook tot het einde toe erkennen zult;
Grieks ἀναγινώσκω (anaginōskō) = lezen; ἐπιγινώσκω (epiginōskō) = erkennen, ten volle kennen — woordspeling in het Grieks tussen lezen en erkennen
13 Want wij schrijven u geen andere dingen dan wat u leest en ook erkent; en ik hoop dat u het ook tot het einde toe erkennen zult;
SV14 Gelijkerwijs gij ook ten dele ons erkend hebt, dat wij uw roem zijn, gelijk gij ook de onze zijt, in den dag van den Heere Jezus.
Fil 2:16; 1 Thess 2:19
14 Zoals u ons ook ten dele erkend hebt, dat wij uw roem zijn, zoals ook u de onze bent, in de dag van de Heer Jezus.
SV15 En op dit betrouwen wilde ik te voren tot u komen, opdat gij een tweede genade zoudt hebben;
Grieks πεποίθησις (pepoithēsis) = vertrouwen, zekerheid; δευτέρα χάρις (deutera charis) = tweede genade — een tweede zegen door Paulus' bezoek
15 En in dit vertrouwen wilde ik eerder naar u toe komen, opdat u een tweede genade zou hebben;
SV16 En door uw stad naar Macedónië gaan, en wederom van Macedónië tot u komen, en van ulieden naar Judéa geleid worden.
Grieks προπέμπω (propempō) = op weg helpen, uitzenden — met praktische hulp voor de reis
16 en via u naar Macedonië gaan, en weer van Macedonië naar u toe komen, en door u naar Judea op weg geholpen worden.
SV17 Als ik dan dit voorgenomen heb, heb ik ook lichtvaardigheid gebruikt? Of neem ik het naar het vlees voor, hetgeen ik voorneem, opdat bij mij zou wezen, ja, ja, en neen, neen?
Grieks ἐλαφρία (elaphria) = lichtzinnigheid, wispelturigheid — Paulus verdedigt zich tegen het verwijt van onbetrouwbaarheid
17 Toen ik dit dan voornam, heb ik toen lichtzinnig gehandeld? Of neem ik het naar het vlees voor wat ik voorneem, zodat het bij mij zou zijn: ja, ja, en nee, nee?
SV18 Doch God is getrouw, dat ons woord, hetwelk tot u is geschied, niet is geweest ja en neen.
18 Maar God is getrouw, dat ons woord dat tot u gericht is, niet ja en nee geweest is.
SV19 Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u door ons is gepredikt, namelijk door mij, en Silvánus, en Timótheüs, was niet ja en neen, maar is geweest ja in Hem.
Grieks κηρύσσω (kēryssō) = verkondigen, prediken — het publiek uitroepen van het evangelie
19 Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u door ons is verkondigd, namelijk door mij en Silvanus en Timotheüs, was niet ja en nee, maar is in Hem ja geweest.
SV20 Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons.
Op 3:14
20 Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem zijn zij ja, en in Hem zijn zij amen, God tot heerlijkheid door ons.
SV21 Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God;
Grieks βεβαιόω (bebaioō) = bevestigen, versterken; χρίω (chriō) = zalven — verwant aan Χριστός (Christus = Gezalfde); God bevestigt en zalft gelovigen in eenheid met Christus
1 Joh 2:20,27
21 Maar Hij Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God;
SV22 Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.
Grieks σφραγίζω (sphragizō) = verzegelen — teken van eigendom en bescherming; ἀρραβών (arrabōn) = onderpand, aanbetaling — garantie van de volle erfenis die komt
Ef 1:13-14; 4:30
22 Die ons ook heeft verzegeld en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven.
SV23 Doch ik aanroepe God tot een Getuige over mijn ziel, dat ik, om u te sparen, nog te Korinthe niet ben gekomen.
Rom 1:9; Fil 1:8
23 Maar ik roep God aan als Getuige over mijn ziel, dat ik om u te sparen nog niet naar Korinthe ben gekomen.
SV24 Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap; want gij staat door het geloof.
Grieks κυριεύω (kyrieuō) = heersen over, de baas zijn over — Paulus' apostolisch gezag is niet heerschappij over het geloof; συνεργός (synergos) = medewerker
1 Petr 5:3
24 Niet dat wij heersen over uw geloof, maar wij zijn medewerkers van uw blijdschap; want u staat door het geloof.